Afl. 5 Kleiner is fijner: Molenstenen en andere zaken

Lang voordat ze ging verhuizen, begon mijn moeder haar spullen naar mij over te hevelen. Liet ik mijn blik per ongeluk langer dan vijf seconden op iets in haar huis rusten, dan vroeg ze: ‘Wil je het hebben?’

‘Nee mam,’  zei ik dan, ‘daar heb ik echt geen plek voor.’ Geen probleem. Ze gaf het me gewoon kado bij mijn eerstvolgende verjaardag en zeg dan maar eens nee. Dat is een nadeel van enig kind zijn, je weet dat het onherroepelijk op jouw schoot belandt, wat het ook is.

Zo kom ik bij het leegmaken van ons huis tientallen erfstukken tegen waarmee ik behoorlijk in mijn maag zit: van kinds af aan is me op het hart gedrukt dat dit een kostbare rijstkoker/antiek bord/echt Indische naaidoos of /pot met kruidnagelen / is die je grootmoeder nog zelf heeft meegenomen op de boot naar Nederland. Met als onderliggende boodschap: wees er zuinig mee, respecteer het en gooi het zeker niet zomaar weg.

Het zijn slechts een paar voorbeelden van zaken die mijn maag, hoofd en hart dwarszitten. Er kleven namelijk altijd verhalen aan vast die je niet los kan zien van de objecten zelf. ‘Does it spark joy?’ zou Marie Kondo vragen. Nee, geen joy, maar wel weemoed, ontroering en een toenemende neiging tot animisme. En die maken het behoorlijk moeilijk om lege oppervlakken te scheppen.

 

(overgrootmoeder, overgrootvader en betovergrootmoeder van opa’s kant)

Behalve dat het hakmes van mijn opa, de roestige wadjans (wokken) van mijn oma en de baljurk die mijn moeder in haar arme tijd van gordijnstof maakte, tot mij lijken te spreken, fluistert er ook nog regelmatig een stemmetje in mijn achterhoofd dat zegt: en wat als die troep nou wel geld waard blijkt te zijn? Dat kistje met zilveren rijksdaalders bijvoorbeeld, stel dat daar een zeldzaam exemplaar tussenzit? En dat stort jij gewoon leeg bij zo’n munten-opkoper die in zijn vuist lacht om jouw naïviteit?

Ik kom erachter dat dit waarschijnlijk de ware erfenis van mijn voorouders is: vasthouden aan dingen omdat ze (misschien) om de een of andere reden waardevol zijn – en dan heb ik het niet alleen over geld.

Ik ben niet de enige die worstelt met de spullen van vorige generaties. Volgens de New York Times zijn verstandige ouders en kinderen daarom nu al, bij hun volle verstand, bezig om de ouderlijke huizen leeg te ruimen – opnieuw een bewijs dat de ouders van nu ieder obstakel voor hun kinderen weg willen nemen.

Zo zou dat in mijn familie nooit hebben gewerkt: mijn oma nam zelfs twee molenstenen mee uit Indië, juist om haar nageslacht een plezier mee te doen. Wat we daarmee hadden gemoeten, is nooit duidelijk geworden en goddank zijn de stenen op raadselachtige wijze uit ons leven verdwenen, anders hadden die nu natuurlijk figuurlijk gesproken ook nog om mijn nek gehangen.

Weet je, het is heel gemakkelijk om tegen mijn man te zeggen dat die loodzware, antieke Friese kast van zijn grootmoeder er bij ons niet in komt. Maar het is een stuk moeilijker om die kamferkist met houtsnijwerk dat bij mij als kind de meest spannende fantasieverhalen opwekte, van de hand te doen.

Ik had in dit stuk nog veel meer lichaamsdelen kunnen verwerken. Maar liever had ik een expert ingehuurd die verstand heeft van sentiment, antiek, de toekomst, valse en oprechte nostalgie. Die me hartelijk kan uitlachen omdat ik denk dat die tien oude fototoestellen misschien nog geld waard zijn, of die weet wat ik aanmoet met drie verhuisdozen vol super 8 films (waar ik als enig kind en kleinkind vooral zelf op sta).

Het kostbare tafelzilver hebben we inmiddels maar in gebruik genomen. Dan kon die lelijke doos waarin het werd bewaard tenminste bij het grof vuil worden gezet.
Overige tips zijn welkom.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Laat een reactie achter