Afl. 6 Kleiner is fijner: De 30 dagen challenge draait om méér dan opruimen alleen

Mijn schoonzus heeft samen met een vriendin de 30-dagen opruim challenge voltooid, die ik een paar blogs geleden op haar aanraden enthousiast ook zelf was begonnen. Op dag drie, ik hoefde slechts drie dingen weg te gooien, bleek ik al te zwak om deze challenge aan te kunnen en staakte het ruimen. Dat ging gepaard met enige zelfhaat: als ik nou een beetje beter mijn best had gedaan, had ik het heus wel volgehouden. Het was alsof ik juffrouw Vingerhoed van mijn lagere school het weer hoorde zeggen: Dido kan het wel, als ze maar wíl.

Afgelopen zaterdag stonden mijn schoonzus en haar vriendin samen in het Algemeen Dagblad, met hun verhaal en foto’s van allerlei spullen die ze naar de kringloop hadden gebracht. Ik begon te lezen en het was een feest van herkenning. De rommel die voor het oprapen blijkt te liggen, de ‘kwesties’ die in verhuisdozen verstopt  zitten, afscheid van de kinderkunst en de kleding die zó uit de mode is dat een revival niet lang meer kan duren.

Maar gaandeweg bekroop me een vreemd gevoel. Ik begon te begrijpen waarom mijn schoonzus en haar vriendin het tot het einde toe hadden volgehouden: dat kwam door hun vriendschap. Elke dag stuurden ze elkaar namelijk appjes als bewijs van wat ze hadden geloosd – 465 dingen in dertig dagen – ze daagden elkaar uit, complimenteerden elkaar en moedigden elkaar, en dus zichzelf, aan.

Dàt was de drijvende kracht achter hun doorzettingsvermogen: ze deden het samen. En dat had gescheeld, volgens mij. Waar ik zo nu en dan ontmoedigd in passiviteit verzonk, te beroerd om een vinger, laat staan een prullenmand, op te tillen, appten zij elkaar uit de put. Elke dag deelden ze  een nieuwe ervaring en de bevrediging van het steeds meer opruimen.

Ik vroeg me af met wie ik zo goed bevriend ben dat ik er samen de challenge mee zou kunnen beginnen. En ik kwam op niemand. Dat was deprimerend. Had ik nou werkelijk niet één vriendin tegenover wie ik net zo open en eerlijk was als mijn schoonzus en haar vriendin in de krant? Ik heb heus wel vriendinnen, hele goede zelfs, met wie ik ook echt wel close ben. Maar een opruimchallenge? Ik liet een tiental vriendinnen de revue passeren, maar zag me met niet één daarvan een rol vuilniszakken delen.

 Ik troostte mijzelf met de gedachte dat mijn vriendinnen en ik stuk voor stuk een totaal ander leven hebben, en dus geen van hen op dit moment bezig is met opruimen en minimaler wonen. De helft heeft dat ook niet nodig, want die is al ontzettend weggooierig van nature. Gelukkig vond ik ook een remedie die me hielp me weer wat beter over mezelf te voelen en het zelfmedelijden te verdringen: de schuur. Daar blijken grote spullen te staan die flink opluchten als je ze weggooit, zoals het eerste slachtoffer hier links dat ik jarenlang voor niets heb bewaard.

Misschien valt het niet zo op, maar de foto bovenaan deze blog is om symbolische redenen gekozen. Zelden zag ik zo’n eenzaam stoeltje.

Een lichtpuntje: de eigenaar krijgt één vriend met dezelfde smaak op bezoek; tel het aantal sneakers maar.

 

 

Afl. 5 Kleiner is fijner: Molenstenen en andere zaken

Lang voordat ze ging verhuizen, begon mijn moeder haar spullen naar mij over te hevelen. Liet ik mijn blik per ongeluk langer dan vijf seconden op iets in haar huis rusten, dan vroeg ze: ‘Wil je het hebben?’

‘Nee mam,’  zei ik dan, ‘daar heb ik echt geen plek voor.’ Geen probleem. Ze gaf het me gewoon kado bij mijn eerstvolgende verjaardag en zeg dan maar eens nee. Dat is een nadeel van enig kind zijn, je weet dat het onherroepelijk op jouw schoot belandt, wat het ook is.

Zo kom ik bij het leegmaken van ons huis tientallen erfstukken tegen waarmee ik behoorlijk in mijn maag zit: van kinds af aan is me op het hart gedrukt dat dit een kostbare rijstkoker/antiek bord/echt Indische naaidoos of /pot met kruidnagelen / is die je grootmoeder nog zelf heeft meegenomen op de boot naar Nederland. Met als onderliggende boodschap: wees er zuinig mee, respecteer het en gooi het zeker niet zomaar weg.

Het zijn slechts een paar voorbeelden van zaken die mijn maag, hoofd en hart dwarszitten. Er kleven namelijk altijd verhalen aan vast die je niet los kan zien van de objecten zelf. ‘Does it spark joy?’ zou Marie Kondo vragen. Nee, geen joy, maar wel weemoed, ontroering en een toenemende neiging tot animisme. En die maken het behoorlijk moeilijk om lege oppervlakken te scheppen.

 

(overgrootmoeder, overgrootvader en betovergrootmoeder van opa’s kant)

Behalve dat het hakmes van mijn opa, de roestige wadjans (wokken) van mijn oma en de baljurk die mijn moeder in haar arme tijd van gordijnstof maakte, tot mij lijken te spreken, fluistert er ook nog regelmatig een stemmetje in mijn achterhoofd dat zegt: en wat als die troep nou wel geld waard blijkt te zijn? Dat kistje met zilveren rijksdaalders bijvoorbeeld, stel dat daar een zeldzaam exemplaar tussenzit? En dat stort jij gewoon leeg bij zo’n munten-opkoper die in zijn vuist lacht om jouw naïviteit?

Ik kom erachter dat dit waarschijnlijk de ware erfenis van mijn voorouders is: vasthouden aan dingen omdat ze (misschien) om de een of andere reden waardevol zijn – en dan heb ik het niet alleen over geld.

Ik ben niet de enige die worstelt met de spullen van vorige generaties. Volgens de New York Times zijn verstandige ouders en kinderen daarom nu al, bij hun volle verstand, bezig om de ouderlijke huizen leeg te ruimen – opnieuw een bewijs dat de ouders van nu ieder obstakel voor hun kinderen weg willen nemen.

Zo zou dat in mijn familie nooit hebben gewerkt: mijn oma nam zelfs twee molenstenen mee uit Indië, juist om haar nageslacht een plezier mee te doen. Wat we daarmee hadden gemoeten, is nooit duidelijk geworden en goddank zijn de stenen op raadselachtige wijze uit ons leven verdwenen, anders hadden die nu natuurlijk figuurlijk gesproken ook nog om mijn nek gehangen.

Weet je, het is heel gemakkelijk om tegen mijn man te zeggen dat die loodzware, antieke Friese kast van zijn grootmoeder er bij ons niet in komt. Maar het is een stuk moeilijker om die kamferkist met houtsnijwerk dat bij mij als kind de meest spannende fantasieverhalen opwekte, van de hand te doen.

Ik had in dit stuk nog veel meer lichaamsdelen kunnen verwerken. Maar liever had ik een expert ingehuurd die verstand heeft van sentiment, antiek, de toekomst, valse en oprechte nostalgie. Die me hartelijk kan uitlachen omdat ik denk dat die tien oude fototoestellen misschien nog geld waard zijn, of die weet wat ik aanmoet met drie verhuisdozen vol super 8 films (waar ik als enig kind en kleinkind vooral zelf op sta).

Het kostbare tafelzilver hebben we inmiddels maar in gebruik genomen. Dan kon die lelijke doos waarin het werd bewaard tenminste bij het grof vuil worden gezet.
Overige tips zijn welkom.

Afl. 4 Kleiner is fijner: Voortaan elke dag tandenpoetsen en flossen

Een ex-vriend van mij liet ooit al zijn amalgaamvullingen – die ouderwetse, lelijke grijze – vervangen door nieuwe witte. Niet uit esthetisch oogpunt, hoewel hij er ijdel genoeg voor was, maar in amalgaam zat kwik. En daar werd je depressief, zelfs suicidaal van (zoals je dat nu van gluten wordt, zeg maar). Mij leek dat ook wel een goed idee, want door mijn liefde voor hem, of eigenlijk zijn ontrouw, overwoog ik ook wel eens om uit het raam te springen. Maar toen bleek dat het uitboren op zich stapsgewijs en met beleid moest plaatsvinden ( al dat kwik dat anders in één klap vrijkwam!) besloot ik er toch van af te zien en het maar gewoon uit te maken voor mijn eigen gemoedsrust.
Hoewel dit alweer veertig jaar geleden plaatsvond, moest ik toch aan vaak aan hem denken deze week, toen ik mijn gang uitmestte. Want volgens de aloude Feng-Shui-leer waarop ik terug greep, is de entree van je huis vergelijkbaar met de mond van het menselijk lichaam. Jaren voordat de Japanse goeroe’s hun intrede deden, probeerde men Nederland al aan deze Chinese leer te krijgen bij wijze van opruim-inspiratie, maar het treurige resultaat is anno 2017 dat je te pas en te onpas Boeddha’s tegenkomt in het Hollandse interieur. Ik had echter al die tijd onthouden dat de gang je mond symboliseert en dat heeft me al die jaren dwarsgezeten.

Behalve stokoude amalgaamvullingen in de vorm van mandjes vol handschoenen, mutsen en ondefinieerbare voorwerpen, kwam ik ook nog rotte kiezen en tandplak tegen waarnaast een beetje kwik volkomen onschuldig lijkt. En volgens de websites die mij hiertoe aanzetten, ben ik er nog lang niet.

(What’s holding me back? Nou: Pip in mand 3 bijvoorbeeld)

Helder en licht, meditatieve kwaliteit en gastvrijheid zijn volgens Homify te bereiken met Feng-Shui, en daar plaats ik nog steeds mijn vraagtekens bij. Voor wie het niet ziet: de onderste foto is after het Feng-Shui-en. Ik ben er best tevreden over, al baart de spiegel mij nog zorgen: een spiegel mag niet naar de deur gericht zijn (check) en vooral niet te groot zijn (twijfelgeval), want dan weerkaatst hij het huiselijk geluk naar buiten.

Enfin, dit heb ik maar even onder ‘bangmakerij’  gesorteerd. Het begin is er nu, mondhygiëne-technisch gesproken en ik moet zeggen, er komt zeker wat bij me los: overal in huis liggen vuilniszakken waarin ik, volslagen willekeurig, van alles deponeer. Ik heb een oude iPad cadeau gedaan aan een klein jongetje en de grote tas met make-up spullen en kralen is de deur uit. Zeker dertig losse handschoenen zijn verdwenen en bergen schoenen zijn weggewerkt. Nu alleen nog maar dagelijks bijhouden, tot de grote verhuizing plaatsvindt…..

 

Wie nog wat Feng-Shui pornobeelden zoekt, kan het beste gewoon Feng-Shui afbeeldingen googlen. De websites vallen tegen wat plaatjes betreft. Tips en betekenissen zijn uiteraard volop te vinden:

Makeover, Interieurdesigner, Asvo  

 

Afl. 3 Kleiner is Fijner: De uitdaging die opruimen heet

Ik kan het niet helpen, maar een opruimcoach die schrijft ‘dat is niet hoe ik daarin sta’ werkt op mijn lachspieren. Ik zie visioenen van bergen kleding, stapels oude kranten of bomvolle schuren waarnaast de opruimcoach met een spot op zichzelf gericht de armen bevrijd ten hemel strekt (hemelse muziek).

Nadat mijn schoonzus mij aanraadde om eens op ‘opruimchallenge’ te googlen ben ik vooral veel opruimers tegengekomen die nodig hun taalgebruik eens moeten uitmesten, zie dit citaat: ‘De missie van xxx is een mindstyle te creëren dat vrouwen helpt om steeds weer bij de kern van zichzelf te komen en inspireert ze om van daaruit dagelijks bewuste en liefdevolle keuzes te maken’.

Het doet mij verlangen naar heel veel troep en die dan roekeloos door de kamer smijten. Ik wil helemaal niet bewust en liefdevol opruimen! Ik wil weggooien, shredden, lege oppervlakken creëren, tot ik geworden ben als  Bettina & Max  uit Absolutely Fabulous – nou ja zoiets misschien.

Maar het lukt mij met geen mogelijkheid om ‘aan te haken’  bij coaches die  in week 1 de bezem halen door hun huis, in week 2 door hun hoofd, in week 3 door hun hart en in week 4 door hun werk. En toch is dat duizenden andere vrouwen wel gelukt, waarom mij dan nog steeds niet?

Ik ga daarom voorlopig maar voor de opruimchallenge (waarom niet gewoon opruim-uitdaging?) simpele stijl.  Morgen gooi ik 1 ding weg, overmorgen 2, de dag daarna 3 enz. enz.

Denk niet dat ik nog steeds niet ben begonnen: vandaag heb ik zes schilderijen van mijn moeder naar de berging gebracht – telt niet mee natuurlijk, ik had ze moeten wegdoen – en een volle doos make-up benodigdheden en krultangen verzameld voor iemand die ze maandag komt ophalen.

En voor wie daar interesse in heeft, heb ik nog een aantal opruimsites bijeen gesprokkeld die ik heel graag kwijt wil!

  1. het kan dus in 31 dagen, dat ontspullen
  2. maar ook in 30 (deze methode volg ik als het goed gaat)
  3. of is het a dream come true?
  4. 101 spullen wegsmijten maar liefst, zonder spijt!
  5. Hier komt het plaatje bovenaan dit stukje vandaan
  6. Of pak het belachelijk grondig aan!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afl. 2 Kleiner is Fijner: Head space first

Hoeveel vuilniszakken ik al had weggegooid, wilde een vriendin weten. Niet één, op het gebruikelijke huisvuil na. Voor minimalisme heb je eerst een nieuwe mindset nodig. Er alleen maar vluchtig aan denken, wat ik dagelijks doe, is onvoldoende. Te minimal.

Ik wilde mijn toevlucht nemen tot oude goeroe’s als Peter Walsh, de de-clutteraar van Oprah, maar kon zijn boek It’s all too much in geen van mijn twaalf boekenkasten vinden. Mijn gezin heeft tijdenlang geleden onder Walshes mantra: Touch it once. Je kon hier thuis niet met een leeg kopje in je hand rondlopen of ik liet het horen, zodat het kopje na gebruik niet op het aanrecht, maar meteen in de afwasmachine zou belanden (heeft niet geholpen). Walsh heeft intussen alweer nieuwe boeken afgescheiden: Lose the clutter, lose the weight en Let it go: downsizing your way to a richer and happier life. Het laatste is mijn opzet, die eerste titel spreekt meer aan.

Dan maar Marie Kondo weer opdiepen, de Japanse die me zoveel kleren liet weg doen dat ik allemaal nieuwe moest kopen? Haar mantra is: Does it spark joy? bij ieder object. De moed zinkt me in de schoenen bij de gedachte dat ik bij ‘nee’ tot daden moet overgaan, dus ik vind altijd wel een reden om ‘ja, toch wel een beetje’ te voelen.

Wat ik wel al 22 dagen doe, is ruimte in mijn hoofd vrijmaken door elke dag tien minuten te mediteren met de toepasselijke app Headspace.

En ik google natuurlijk. Op tot minimalisme inspirerende sites en in video’s, valt mij het volgende op:

  • Ze zijn vrijewel allemaal gemaakt door blije millennials die mijn kind kunnen zijn
  • In alle filmpjes wordt heel snel of te traag wijsneuzig gepraat
  • Het gaat bijna altijd een keer over veganisme
  • Op foto’s zitten ze altijd gelukkig in bed koffie te drinken
  • In spierwitte interieurs
  • Minimalisten hebben geen huisdieren en liever geen kinderen
  • Ze beweren dat niets hoeft (maar ondertussen weten zij wat goed voor je is)
  • Ze doen alsof ze al enorm veel in hun leven hebben meegemaakt (bagage he).

Kijk zelf maar eens naar dit Millennials-minimalisme:

Beginners Guide to minimalism  (Why-power in plaats van Will-power)
5 Things  you don’t need (als je een beetje gewend bent aan het uiterlijk van Jenny Mustard, zegt ze best aardige dingen)
UselessWardrobe  (bedoeld wordt minder kleren)
Growthinkers: Nederlandse minimalisten die het heel breed opvatten.

Wat me als concrete stap nu het meeste aantrekt is de 365(!) daagse cursus van Daily Om: A Year to Clear what is Holding You Back! (Je mag zelf bepalen hoeveel deze ervaring je waard is).

Maar eerst een verhaal van Grown and flown. De titel zegt het al, geschreven door een collega-empty nester. Niet minimalistisch, wel iets waar ík wat aan heb. Deze vrouw erkent tenminste dat je niet alleen maar gelukkig wordt van al dat opruimen en weggooien, maar dat het ook veel pijn doet. Zou dat me misschien tegenhouden?

 

 

 

 

Kleiner is Fijner, afl.1

Hoe word ik in twaalf maanden een geloofwaardige minimalist?

Honderd vierkante meter: in Amsterdam bepaald geen minimalistische oppervlakte, zelfs niet voor twee volwassenen, twee katten en een grote hond. Maar we komen van 220 vierkante meter, werken beiden thuis, zijn aan een tuin en twee balkons gewend en voor mij als verzamelaar voelt het downsizen naar die honderd m2 wel degelijk alsof ik erelid word van de tiny-house-movement (bestaat hier al een vertaling van?). Daarbij huur ik ook nog een halve garage van een vriend om de spullen van mijn moeder in op te slaan waar wij – ze leeft nog – geen afscheid van konden nemen toen we in grote haast haar appartement leeg moesten ruimen om haar plek in het verpleeghuis veilig te stellen. Die dingen moeten dus ook nog weggewerkt. Had ik al gezegd dat ik een enorme fan ben van John Pawson? De minimalist-architect? De keuken hierboven is van hem, onder staat de mijne, mocht je het je afvragen.

Dit gaat dus allemaal de komende maanden veranderen. Over een jaar hopen we te verhuizen naar een gloednieuwe woonboot aan de rand van de Jordaan (vandaar die 100 m2, inclusief buitenmuren). Iedereen die weleens op een boot heeft geslapen weet dat zo’n ruimte zich uitstekend voor het minimalisme leent: alles is tot op de millimeter uitgekiend, functioneel en efficiënt. Ik kan me erop verheugen, echt waar.

‘It wasn’t about getting rid of my stuff. It was about taking control of my life and stop being told what to do and actually deciding what I wanted to do.’ (Minimalist Ryan Nicodemus)

Volgens de antroposoof en psychiater Bernard Lievegoed wil ieder mens vanaf z’n 56ste nog één keer het roer flink omgooien (die leeftijd klopt ongeveer) en zichzelf opnieuw uitvinden. Hij citeerde er Goethe bij: Stirb und werde. Dus ik ga zo drastisch opruimen dat de verhuizing een lachertje wordt en we uiteindelijk ruimte over houden. Elke dag een vuilniszak de deur uit, op z’n minst. Hoe ik die plus 120 vierkante meter – hoeveel kuub zou het wel niet zijn? – ga wegwerken, daarvan zal ik wekelijks verslag doen. Als verzamelaar ben ik geboren, als minimalist zal ik herrijzen.

 

Eerste kijktip: Minimalism (o.a. op Netflix)
Een documentaire met de veelzeggende ondertitel: a documentary about the important things.

Toe maar, huil maar

Volgens psychiater Julie Holland, auteur van het boek Moody Bitches: The Truth About the Drugs You’re Taking, the Sleep You’re Missing, the Sex You’re Not Having, and What’s Really Making You Crazy, zijn vrouwen buiig. En dat horen ze ook te zijn van nature, daardoor hebben ze hun eigen leven en dat van hun nageslacht al eeuwenlang weten te redden.

Vrouwen zijn emotioneel: soms humeurig, soms angstig, maar niet gelijkmatig of vlak. Deze tijd echter heeft gelijkmatigheid tot norm verheven, we moeten juist alles op alles zettten om ons elke dag hetzelfde te voelen en hetzelfde te functioneren – ik zou bijna zeggen als een man. Het gevolg is, en nu vat ik haar betoog even heel kort samen, dat vrouwen veel te snel en te gemakkelijk anti-depressiva voorgeschreven krijgen om al die lastige emoties mee uit te schakelen. Ongeveer twee keer zo vaak als mannen, in de Verenigde Staten althans. Daar vragen vrouwen er ook zelf om: een patiënte van Holland belde op om haar dosis pillen te laten verhogen – ze was in tranen uitgebarsten toen haar baas haar afblafte waar al haar collega’s bij waren en huilen kon ze zich niet veroorloven.

Nu weet ik niet of in Nederland ook zo kwistig met pillen wordt gestrooid, maar de gedachte achter Hollands betoog is fascinerend en ik denk voor veel vrouwen herkenbaar: welke vrouw heeft niet de neiging om te denken dat we moeten leren omgaan met al die fluctuerende gevoelens? Je mag er vooral niet aan toegeven, de mensen zouden je eens hysterisch vinden. En als dat onderdrukken makkelijker gaat met wat antidepressiva, waarom zou je die dan niet nemen?

Holland vindt: Crying isn’t just about sadness. When we are scared, or frustrated, when we see injustice, when we are deeply touched by the poignancy of humanity, we cry. And some women cry more easily than others. It doesn’t mean we’re weak or out of control.

Lees vooral haar stuk Medicating women’s feelings en je begrijpt waarom we onze tranen en angsten net zo min moeten onderdrukken als onze vrolijke of gelukzalige gevoelens. We moeten onze grilligheid omarmen, koesteren of in ieder geval gewoon accepteren en niet meegaan met de trend om het leven als een ijzeren Hein te trotseren. Toe maar, ga maar lekker een potje janken. Dat is beter voor de héle mensheid.

Ouders, lees dit uitsluitend als je ruzie hebt met je kinderen, of ze even heel vervelend vindt!

Ik las dit vlak nadat ik m’n jongste (16) weg had zien fietsen met haar rode schooltassen en m’n oudste (18) sms’te dat ze zulke goede cijfers had gehaald. Had ik het maar niet gedaan.

Dit gaat over het lege nest en ik dacht kom, ik bereid me vast een beetje voor als een realistische moeder die met beide benen op de grond staat. En wat blijkt??

Het is nog niet zover, maar ik ben nu al te laat. had ik maar….

Doen: 36 vragen

Onlangs stond er een stuk in The New York Times: To fall in love with anyone, do this. Natuurlijk ga je zoiets meteen lezen. De inhoud kwam erop neer dat het mogelijk is om met een wetenschappelijk verantwoorde lijst vragen twee mensen verliefd op elkaar te laten worden, ook al zijn ze vreemden voor elkaar. Na het beantwoorden van de vragen moeten ze elkaar nog vier minuten lang zwijgend in de ogen staren (dit leek me een stuk lastiger dan het beantwoorden van de intieme vragen). De 36 vragen wekken een instant intimiteit op, die je normaal gesproken pas na diverse dates bereikt.

Het was intrigerend. In de beginfase wil je echt álles van elkaar weten, alles is van belang, zelfs hoe hij zijn veters strikt. Wat gebeurt er, dacht ik toen, als je al bijna je zilveren bruiloft viert? Wat een verschrikkelijke benaming voor 25 jaar huwelijk. Zouden die vragen dan ook nog iets opleveren? Je denkt immers dat je elkaar door en door kent. Wanneer zijn we eigenlijk opgehouden elkaar zo gulzig vragen te stellen? Sinds we denken wel te weten wat de ander vindt?

Enfin, restaurant gereserveerd waar we ongegeneerd konden praten — dat viel tegen toen er twee mensen pal naast ons neerstreken die mijn man bleek te kennen, maar we gokten erop dat de herrie om ons heen een wall of sound creëerde — en na het eerste glas, nog vóór het voorgerecht was opgediend, zijn we met vragen begonnen.

En ja lieve vrienden, het leverde wel degelijk iets op. Minstens 33 van de vragen zijn van toepassing, ook als je elkaar al heeeeeel lang kent. Wij kwamen er tenminste achter dat we hele interessante onderwerpen nog nooit hadden besproken. En we hadden een verschrikkelijk leuke avond.

Dus doen, die 36 vragen. Misschien juist als je eerste verliefdheid allang achter je ligt,  want dit weekend bleek in NRC Lux dat Ellen de Bruin het artikel in de NYT eens kritisch had bekeken en achter de bedenker van de vragen aan was gegaan. Het onderzoek bleek wat te romantisch besproken in het stuk en ook de vier minuten in de ogen staren(zijn wij niet aan toegekomen) moet je met een korrel zout nemen.

Maar de vragen doen wel hun werk, qua intimiteit en nice&need to know. Een groot voordeel is bovendien het wederzijdse bevragen: jij zit niet de ander aan z’n kop te zeuren terwijl hij/zij liever een krant leest of een televisieserie kijkt. De interesse in elkaar wordt opeens iets vanzelfsprekends, en weer net zo gewoon als vroeger.

 

bijschrift bij deze foto: O ja, zó zag je er uit.

‘Ik geloof niet in leeftijd’

Al dagen broed ik op een blog dat iets zinvols kan toevoegen in deze verwarrende tijden, iets waar je als lezer wat aan hebt, en opeens stuitte ik via een Facebook vriendin op Tao Porchon-Lynch. Zolang ik er niet uit kom, een link naar haar, bij wijze van oppepper nu het weer zo druilerig is en het nieuws zo somber makend.

Ze is 96 en zegt elke ochtend tegen zichzelf: ‘Dit wordt de mooiste dag van mijn leven’.

Tao Porchon-Lynch is de oudste yogalerares ter wereld, en ze doet ook nog altijd aan ballroom dancing.

Kijk hoe goed haar dat af gaat!