Posts

Afl. 6 Kleiner is fijner: De 30 dagen challenge draait om méér dan opruimen alleen

Mijn schoonzus heeft samen met een vriendin de 30-dagen opruim challenge voltooid, die ik een paar blogs geleden op haar aanraden enthousiast ook zelf was begonnen. Op dag drie, ik hoefde slechts drie dingen weg te gooien, bleek ik al te zwak om deze challenge aan te kunnen en staakte het ruimen. Dat ging gepaard met enige zelfhaat: als ik nou een beetje beter mijn best had gedaan, had ik het heus wel volgehouden. Het was alsof ik juffrouw Vingerhoed van mijn lagere school het weer hoorde zeggen: Dido kan het wel, als ze maar wíl.

Afgelopen zaterdag stonden mijn schoonzus en haar vriendin samen in het Algemeen Dagblad, met hun verhaal en foto’s van allerlei spullen die ze naar de kringloop hadden gebracht. Ik begon te lezen en het was een feest van herkenning. De rommel die voor het oprapen blijkt te liggen, de ‘kwesties’ die in verhuisdozen verstopt  zitten, afscheid van de kinderkunst en de kleding die zó uit de mode is dat een revival niet lang meer kan duren.

Maar gaandeweg bekroop me een vreemd gevoel. Ik begon te begrijpen waarom mijn schoonzus en haar vriendin het tot het einde toe hadden volgehouden: dat kwam door hun vriendschap. Elke dag stuurden ze elkaar namelijk appjes als bewijs van wat ze hadden geloosd – 465 dingen in dertig dagen – ze daagden elkaar uit, complimenteerden elkaar en moedigden elkaar, en dus zichzelf, aan.

Dàt was de drijvende kracht achter hun doorzettingsvermogen: ze deden het samen. En dat had gescheeld, volgens mij. Waar ik zo nu en dan ontmoedigd in passiviteit verzonk, te beroerd om een vinger, laat staan een prullenmand, op te tillen, appten zij elkaar uit de put. Elke dag deelden ze  een nieuwe ervaring en de bevrediging van het steeds meer opruimen.

Ik vroeg me af met wie ik zo goed bevriend ben dat ik er samen de challenge mee zou kunnen beginnen. En ik kwam op niemand. Dat was deprimerend. Had ik nou werkelijk niet één vriendin tegenover wie ik net zo open en eerlijk was als mijn schoonzus en haar vriendin in de krant? Ik heb heus wel vriendinnen, hele goede zelfs, met wie ik ook echt wel close ben. Maar een opruimchallenge? Ik liet een tiental vriendinnen de revue passeren, maar zag me met niet één daarvan een rol vuilniszakken delen.

 Ik troostte mijzelf met de gedachte dat mijn vriendinnen en ik stuk voor stuk een totaal ander leven hebben, en dus geen van hen op dit moment bezig is met opruimen en minimaler wonen. De helft heeft dat ook niet nodig, want die is al ontzettend weggooierig van nature. Gelukkig vond ik ook een remedie die me hielp me weer wat beter over mezelf te voelen en het zelfmedelijden te verdringen: de schuur. Daar blijken grote spullen te staan die flink opluchten als je ze weggooit, zoals het eerste slachtoffer hier links dat ik jarenlang voor niets heb bewaard.

Misschien valt het niet zo op, maar de foto bovenaan deze blog is om symbolische redenen gekozen. Zelden zag ik zo’n eenzaam stoeltje.

Een lichtpuntje: de eigenaar krijgt één vriend met dezelfde smaak op bezoek; tel het aantal sneakers maar.

 

 

Afl. 5 Kleiner is fijner: Molenstenen en andere zaken

Lang voordat ze ging verhuizen, begon mijn moeder haar spullen naar mij over te hevelen. Liet ik mijn blik per ongeluk langer dan vijf seconden op iets in haar huis rusten, dan vroeg ze: ‘Wil je het hebben?’

‘Nee mam,’  zei ik dan, ‘daar heb ik echt geen plek voor.’ Geen probleem. Ze gaf het me gewoon kado bij mijn eerstvolgende verjaardag en zeg dan maar eens nee. Dat is een nadeel van enig kind zijn, je weet dat het onherroepelijk op jouw schoot belandt, wat het ook is.

Zo kom ik bij het leegmaken van ons huis tientallen erfstukken tegen waarmee ik behoorlijk in mijn maag zit: van kinds af aan is me op het hart gedrukt dat dit een kostbare rijstkoker/antiek bord/echt Indische naaidoos of /pot met kruidnagelen / is die je grootmoeder nog zelf heeft meegenomen op de boot naar Nederland. Met als onderliggende boodschap: wees er zuinig mee, respecteer het en gooi het zeker niet zomaar weg.

Het zijn slechts een paar voorbeelden van zaken die mijn maag, hoofd en hart dwarszitten. Er kleven namelijk altijd verhalen aan vast die je niet los kan zien van de objecten zelf. ‘Does it spark joy?’ zou Marie Kondo vragen. Nee, geen joy, maar wel weemoed, ontroering en een toenemende neiging tot animisme. En die maken het behoorlijk moeilijk om lege oppervlakken te scheppen.

 

(overgrootmoeder, overgrootvader en betovergrootmoeder van opa’s kant)

Behalve dat het hakmes van mijn opa, de roestige wadjans (wokken) van mijn oma en de baljurk die mijn moeder in haar arme tijd van gordijnstof maakte, tot mij lijken te spreken, fluistert er ook nog regelmatig een stemmetje in mijn achterhoofd dat zegt: en wat als die troep nou wel geld waard blijkt te zijn? Dat kistje met zilveren rijksdaalders bijvoorbeeld, stel dat daar een zeldzaam exemplaar tussenzit? En dat stort jij gewoon leeg bij zo’n munten-opkoper die in zijn vuist lacht om jouw naïviteit?

Ik kom erachter dat dit waarschijnlijk de ware erfenis van mijn voorouders is: vasthouden aan dingen omdat ze (misschien) om de een of andere reden waardevol zijn – en dan heb ik het niet alleen over geld.

Ik ben niet de enige die worstelt met de spullen van vorige generaties. Volgens de New York Times zijn verstandige ouders en kinderen daarom nu al, bij hun volle verstand, bezig om de ouderlijke huizen leeg te ruimen – opnieuw een bewijs dat de ouders van nu ieder obstakel voor hun kinderen weg willen nemen.

Zo zou dat in mijn familie nooit hebben gewerkt: mijn oma nam zelfs twee molenstenen mee uit Indië, juist om haar nageslacht een plezier mee te doen. Wat we daarmee hadden gemoeten, is nooit duidelijk geworden en goddank zijn de stenen op raadselachtige wijze uit ons leven verdwenen, anders hadden die nu natuurlijk figuurlijk gesproken ook nog om mijn nek gehangen.

Weet je, het is heel gemakkelijk om tegen mijn man te zeggen dat die loodzware, antieke Friese kast van zijn grootmoeder er bij ons niet in komt. Maar het is een stuk moeilijker om die kamferkist met houtsnijwerk dat bij mij als kind de meest spannende fantasieverhalen opwekte, van de hand te doen.

Ik had in dit stuk nog veel meer lichaamsdelen kunnen verwerken. Maar liever had ik een expert ingehuurd die verstand heeft van sentiment, antiek, de toekomst, valse en oprechte nostalgie. Die me hartelijk kan uitlachen omdat ik denk dat die tien oude fototoestellen misschien nog geld waard zijn, of die weet wat ik aanmoet met drie verhuisdozen vol super 8 films (waar ik als enig kind en kleinkind vooral zelf op sta).

Het kostbare tafelzilver hebben we inmiddels maar in gebruik genomen. Dan kon die lelijke doos waarin het werd bewaard tenminste bij het grof vuil worden gezet.
Overige tips zijn welkom.

Afl. 4 Kleiner is fijner: Voortaan elke dag tandenpoetsen en flossen

Een ex-vriend van mij liet ooit al zijn amalgaamvullingen – die ouderwetse, lelijke grijze – vervangen door nieuwe witte. Niet uit esthetisch oogpunt, hoewel hij er ijdel genoeg voor was, maar in amalgaam zat kwik. En daar werd je depressief, zelfs suicidaal van (zoals je dat nu van gluten wordt, zeg maar). Mij leek dat ook wel een goed idee, want door mijn liefde voor hem, of eigenlijk zijn ontrouw, overwoog ik ook wel eens om uit het raam te springen. Maar toen bleek dat het uitboren op zich stapsgewijs en met beleid moest plaatsvinden ( al dat kwik dat anders in één klap vrijkwam!) besloot ik er toch van af te zien en het maar gewoon uit te maken voor mijn eigen gemoedsrust.
Hoewel dit alweer veertig jaar geleden plaatsvond, moest ik toch aan vaak aan hem denken deze week, toen ik mijn gang uitmestte. Want volgens de aloude Feng-Shui-leer waarop ik terug greep, is de entree van je huis vergelijkbaar met de mond van het menselijk lichaam. Jaren voordat de Japanse goeroe’s hun intrede deden, probeerde men Nederland al aan deze Chinese leer te krijgen bij wijze van opruim-inspiratie, maar het treurige resultaat is anno 2017 dat je te pas en te onpas Boeddha’s tegenkomt in het Hollandse interieur. Ik had echter al die tijd onthouden dat de gang je mond symboliseert en dat heeft me al die jaren dwarsgezeten.

Behalve stokoude amalgaamvullingen in de vorm van mandjes vol handschoenen, mutsen en ondefinieerbare voorwerpen, kwam ik ook nog rotte kiezen en tandplak tegen waarnaast een beetje kwik volkomen onschuldig lijkt. En volgens de websites die mij hiertoe aanzetten, ben ik er nog lang niet.

(What’s holding me back? Nou: Pip in mand 3 bijvoorbeeld)

Helder en licht, meditatieve kwaliteit en gastvrijheid zijn volgens Homify te bereiken met Feng-Shui, en daar plaats ik nog steeds mijn vraagtekens bij. Voor wie het niet ziet: de onderste foto is after het Feng-Shui-en. Ik ben er best tevreden over, al baart de spiegel mij nog zorgen: een spiegel mag niet naar de deur gericht zijn (check) en vooral niet te groot zijn (twijfelgeval), want dan weerkaatst hij het huiselijk geluk naar buiten.

Enfin, dit heb ik maar even onder ‘bangmakerij’  gesorteerd. Het begin is er nu, mondhygiëne-technisch gesproken en ik moet zeggen, er komt zeker wat bij me los: overal in huis liggen vuilniszakken waarin ik, volslagen willekeurig, van alles deponeer. Ik heb een oude iPad cadeau gedaan aan een klein jongetje en de grote tas met make-up spullen en kralen is de deur uit. Zeker dertig losse handschoenen zijn verdwenen en bergen schoenen zijn weggewerkt. Nu alleen nog maar dagelijks bijhouden, tot de grote verhuizing plaatsvindt…..

 

Wie nog wat Feng-Shui pornobeelden zoekt, kan het beste gewoon Feng-Shui afbeeldingen googlen. De websites vallen tegen wat plaatjes betreft. Tips en betekenissen zijn uiteraard volop te vinden:

Makeover, Interieurdesigner, Asvo  

 

Afl. 3 Kleiner is Fijner: De uitdaging die opruimen heet

Ik kan het niet helpen, maar een opruimcoach die schrijft ‘dat is niet hoe ik daarin sta’ werkt op mijn lachspieren. Ik zie visioenen van bergen kleding, stapels oude kranten of bomvolle schuren waarnaast de opruimcoach met een spot op zichzelf gericht de armen bevrijd ten hemel strekt (hemelse muziek).

Nadat mijn schoonzus mij aanraadde om eens op ‘opruimchallenge’ te googlen ben ik vooral veel opruimers tegengekomen die nodig hun taalgebruik eens moeten uitmesten, zie dit citaat: ‘De missie van xxx is een mindstyle te creëren dat vrouwen helpt om steeds weer bij de kern van zichzelf te komen en inspireert ze om van daaruit dagelijks bewuste en liefdevolle keuzes te maken’.

Het doet mij verlangen naar heel veel troep en die dan roekeloos door de kamer smijten. Ik wil helemaal niet bewust en liefdevol opruimen! Ik wil weggooien, shredden, lege oppervlakken creëren, tot ik geworden ben als  Bettina & Max  uit Absolutely Fabulous – nou ja zoiets misschien.

Maar het lukt mij met geen mogelijkheid om ‘aan te haken’  bij coaches die  in week 1 de bezem halen door hun huis, in week 2 door hun hoofd, in week 3 door hun hart en in week 4 door hun werk. En toch is dat duizenden andere vrouwen wel gelukt, waarom mij dan nog steeds niet?

Ik ga daarom voorlopig maar voor de opruimchallenge (waarom niet gewoon opruim-uitdaging?) simpele stijl.  Morgen gooi ik 1 ding weg, overmorgen 2, de dag daarna 3 enz. enz.

Denk niet dat ik nog steeds niet ben begonnen: vandaag heb ik zes schilderijen van mijn moeder naar de berging gebracht – telt niet mee natuurlijk, ik had ze moeten wegdoen – en een volle doos make-up benodigdheden en krultangen verzameld voor iemand die ze maandag komt ophalen.

En voor wie daar interesse in heeft, heb ik nog een aantal opruimsites bijeen gesprokkeld die ik heel graag kwijt wil!

  1. het kan dus in 31 dagen, dat ontspullen
  2. maar ook in 30 (deze methode volg ik als het goed gaat)
  3. of is het a dream come true?
  4. 101 spullen wegsmijten maar liefst, zonder spijt!
  5. Hier komt het plaatje bovenaan dit stukje vandaan
  6. Of pak het belachelijk grondig aan!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afl. 2 Kleiner is Fijner: Head space first

Hoeveel vuilniszakken ik al had weggegooid, wilde een vriendin weten. Niet één, op het gebruikelijke huisvuil na. Voor minimalisme heb je eerst een nieuwe mindset nodig. Er alleen maar vluchtig aan denken, wat ik dagelijks doe, is onvoldoende. Te minimal.

Ik wilde mijn toevlucht nemen tot oude goeroe’s als Peter Walsh, de de-clutteraar van Oprah, maar kon zijn boek It’s all too much in geen van mijn twaalf boekenkasten vinden. Mijn gezin heeft tijdenlang geleden onder Walshes mantra: Touch it once. Je kon hier thuis niet met een leeg kopje in je hand rondlopen of ik liet het horen, zodat het kopje na gebruik niet op het aanrecht, maar meteen in de afwasmachine zou belanden (heeft niet geholpen). Walsh heeft intussen alweer nieuwe boeken afgescheiden: Lose the clutter, lose the weight en Let it go: downsizing your way to a richer and happier life. Het laatste is mijn opzet, die eerste titel spreekt meer aan.

Dan maar Marie Kondo weer opdiepen, de Japanse die me zoveel kleren liet weg doen dat ik allemaal nieuwe moest kopen? Haar mantra is: Does it spark joy? bij ieder object. De moed zinkt me in de schoenen bij de gedachte dat ik bij ‘nee’ tot daden moet overgaan, dus ik vind altijd wel een reden om ‘ja, toch wel een beetje’ te voelen.

Wat ik wel al 22 dagen doe, is ruimte in mijn hoofd vrijmaken door elke dag tien minuten te mediteren met de toepasselijke app Headspace.

En ik google natuurlijk. Op tot minimalisme inspirerende sites en in video’s, valt mij het volgende op:

  • Ze zijn vrijewel allemaal gemaakt door blije millennials die mijn kind kunnen zijn
  • In alle filmpjes wordt heel snel of te traag wijsneuzig gepraat
  • Het gaat bijna altijd een keer over veganisme
  • Op foto’s zitten ze altijd gelukkig in bed koffie te drinken
  • In spierwitte interieurs
  • Minimalisten hebben geen huisdieren en liever geen kinderen
  • Ze beweren dat niets hoeft (maar ondertussen weten zij wat goed voor je is)
  • Ze doen alsof ze al enorm veel in hun leven hebben meegemaakt (bagage he).

Kijk zelf maar eens naar dit Millennials-minimalisme:

Beginners Guide to minimalism  (Why-power in plaats van Will-power)
5 Things  you don’t need (als je een beetje gewend bent aan het uiterlijk van Jenny Mustard, zegt ze best aardige dingen)
UselessWardrobe  (bedoeld wordt minder kleren)
Growthinkers: Nederlandse minimalisten die het heel breed opvatten.

Wat me als concrete stap nu het meeste aantrekt is de 365(!) daagse cursus van Daily Om: A Year to Clear what is Holding You Back! (Je mag zelf bepalen hoeveel deze ervaring je waard is).

Maar eerst een verhaal van Grown and flown. De titel zegt het al, geschreven door een collega-empty nester. Niet minimalistisch, wel iets waar ík wat aan heb. Deze vrouw erkent tenminste dat je niet alleen maar gelukkig wordt van al dat opruimen en weggooien, maar dat het ook veel pijn doet. Zou dat me misschien tegenhouden?

 

 

 

 

De boom optuigen

(spoiler arlert: this is not my beautiful house, nor my beautiful family)

Middenin onze woonkamer prijkt een schitterende boom. Mijn man heeft zichzelf dit jaar werkelijk overtroffen met zijn keuze. Alleen: er zit nog geen bal aan. De plastic boxen met engelen en slingers staan keurig afgesloten naast de boom op de vloer. En niemand lijkt aanstalten te maken het ding te geven wat hem toekomt: lichtjes, glitter en ornamenten, van top tot teen.

Het is ook niet eerlijk: mijn inbox raakt oververhit van alle ‘aanbiedingen’ die erop aandringen dat ik in deze drukke tijden heel goed voor mezelf zorg. Of ik in hun luxueuze behandelstoel mijn rimpels wil laten wegboetseren, of mijn vermoeide lichaam op een massagetafel neer wens te vleien en me wil hullen in de verrukkelijkste geuren en gewaden. Ja, het is inderdaad verschrikkelijk druk en ja, ik zou dolgraag op al deze voorstellen in gaan.
Maar er moet een boek af en toekomstige (kerst)diners vergen uitgekiende voorbereiding. Het allerlaatste waar ik me op dit moment dus op verheug, is zinloos ballen ophangen en de scherven opvegen van exemplaren die nukkig uit de boom glijden. In mijn eentje.

Waar is toch de tijd gebleven dat ik samen met mijn twee meisjes onder begeleiding van de Leidse Sleuteltjes (voor wie ze niet kent: een soort Kinderen voor Kinderen) zingend de kerstboom optuigde? In een warme sfeer die altijd naar sinaasappelen met kruidnagels rook, terwijl wij allemaal van goede voornemens vervuld waren?

Ik noem één oorzaak: de puberteit. Bij vriendinnen schijnt het anders toe te gaan, maar mijn kinderen poetsen alleen maar enorm de plaat als het op kerstversiering aankomt. Volgens mij is het ze niet eens opgevallen dat er al twee dagen zo’n groot groen ding in de kamer staat. Kopen anderen hun kinderen soms om?
Toegegeven, in de tijd dat ik aan dit stukje schrijf, had ik de boom flink kunnen versieren. Ik vraag me alleen af hoe het zover is gekomen dat iedereen denkt dat ík niets leukers of beters kan verzinnen dan het optuigen van de boom? Wiens idee is dat geweest?

Voordat ik me verman om te voorkomen dat we op 25 december nog met kaal kerstgroen zitten, ga ik googlen of er een boek bestaat ‘Hoe krijg ik mijn pubers zover dat ze me helpen om de kerstboom op te tuigen?’
Als dat boek er nog niet is, kan iemand dat dan alsjeblieft vóór december 2015 publiceren?

Ik hoop dat Jolie Kerr er iets in ziet, want ik verheug me nu al op haar titel. Kerr schreef afgelopen jaar het succesvolle  My boyfriend barfed in my handbag… and other things you can’t ask Martha — een zin die elke dag spontaan een paar keer door mijn hoofd schiet.

Niet dat ik het boek ga kopen, want het staat vol met schoonmaaktips die zelfs Martha Stewart nog niet kent en voor je het weet denkt mijn gezin dat ik schoonmaken mijn nieuwe hobby is. Nee, dan nog liever de kerstboom optuigen!

barf stukje

 

 

 

 

 

Deze is voor de moeder van R.

kast before foto 1foto 3

 

Beste moeder van R.,

Het is gelukt! Meer dan een jaar stonden de onderdelen van de kast in onze woonkamer, in afwachting van restauratie en assemblage, nu is ie dan eindelijk voltooid. Met led-lampjes van Ikea omdat de oude fittingen niet langer bruikbaar waren. Nu ik er zo over nadenk, die lampjes zijn typerend. De kast is niet gerestaureerd volgens antiquairs normen, maar volgens de mijne. En ik denk dat uw dochter R. er wel tevreden over zou zijn.

Ik kwam u en de kastonderdelen voor het eerst tegen in een mij onbekende kringloopwinkel. Het komt zelden voor dat ik zo’n zaak niet ken in Amsterdam, en ik wilde meteen naar binnen lopen, toen mijn oog op een rouwadvertentie viel. De reden dat de winkel gesloten was. Precies op die dag werd R. begraven en ik meende te weten om wie het ging. R. was de ex van een kennis van vroeger, en ik had haar jaren later weer ontmoet toen mijn oudste en haar zoontje samen speelden. Ik had haar zeker tien jaar of langer niet meer gezien – en nu kwam ik bij toeval haar overlijdensbericht tegen?

Een week later ging ik terug en zag u staan. Een kleine vrouw met grijs haar. U maakte zo’n geslagen indruk, ik durfde niet eens te vragen of u familie was van de vrouw van de advertentie. Stel dat u ging huilen waar al die klanten bij waren. De week daarop bracht ik wat spullen naar uw winkel, en die dag had ik wel de moed om te vragen wie u was . U bleek inderdaad de moeder van R. Vanuit mijn ooghoek zag ik de onderdelen van de kast liggen.

Het hele weekend dacht ik aan de kast, ik praatte er zelfs met mijn verjaarsbezoek over. Tegen de zin van mijn man in (hij moest a. helpen sjouwen en b. de onderdelen in huis tolereren die echt behoorlijk in de weg stonden), kocht ik de kast van u, voor 35 euro. Uw kleinzoon bleek zich ons ook nog te herinneren en weer een week later vertelde u me pas dat de kast van uw dochter was geweest. Hij kwam uit Parijs, maar uw dochter was door haar ziekte nooit aan restauratie toe gekomen. U vond het geloof ik wel leuk dat ik ‘m nu in mijn bezit had en vroeg of ik een fotootje wilde brengen als de kast klaar was.

Toen wist ik dat ik de klus moest afmaken, voor haar, voor u, voor mezelf. Het zou te akelig zijn als ik op een dag de onderdelen bij het grof vuil zou moeten zetten omdat ik het erbij had laten zitten. Ik opende zelfs een Tumblr-pagina voor de kast en plaatste elke dag een foto van mijn vorderingen, maar daar kwam natuurlijk snel de klad in.

Vorig weekend was de kast dan eindelijk klaar. Ik hoop echt dat u deze brief leest, moeder van R., want toen ik laatst langs de winkel fietste, zag ik een vreemde achter de toonbank staan. Ik wil u dolgraag het resultaat laten zien en laten weten dat iedereen, inclusief mijn weerbarstige echtgenoot, het zo’n bijzondere kast vindt. We weten nu allemaal waarom.

Hartelijke groeten,

Dido.