Posts

Doen: 36 vragen

Onlangs stond er een stuk in The New York Times: To fall in love with anyone, do this. Natuurlijk ga je zoiets meteen lezen. De inhoud kwam erop neer dat het mogelijk is om met een wetenschappelijk verantwoorde lijst vragen twee mensen verliefd op elkaar te laten worden, ook al zijn ze vreemden voor elkaar. Na het beantwoorden van de vragen moeten ze elkaar nog vier minuten lang zwijgend in de ogen staren (dit leek me een stuk lastiger dan het beantwoorden van de intieme vragen). De 36 vragen wekken een instant intimiteit op, die je normaal gesproken pas na diverse dates bereikt.

Het was intrigerend. In de beginfase wil je echt álles van elkaar weten, alles is van belang, zelfs hoe hij zijn veters strikt. Wat gebeurt er, dacht ik toen, als je al bijna je zilveren bruiloft viert? Wat een verschrikkelijke benaming voor 25 jaar huwelijk. Zouden die vragen dan ook nog iets opleveren? Je denkt immers dat je elkaar door en door kent. Wanneer zijn we eigenlijk opgehouden elkaar zo gulzig vragen te stellen? Sinds we denken wel te weten wat de ander vindt?

Enfin, restaurant gereserveerd waar we ongegeneerd konden praten — dat viel tegen toen er twee mensen pal naast ons neerstreken die mijn man bleek te kennen, maar we gokten erop dat de herrie om ons heen een wall of sound creëerde — en na het eerste glas, nog vóór het voorgerecht was opgediend, zijn we met vragen begonnen.

En ja lieve vrienden, het leverde wel degelijk iets op. Minstens 33 van de vragen zijn van toepassing, ook als je elkaar al heeeeeel lang kent. Wij kwamen er tenminste achter dat we hele interessante onderwerpen nog nooit hadden besproken. En we hadden een verschrikkelijk leuke avond.

Dus doen, die 36 vragen. Misschien juist als je eerste verliefdheid allang achter je ligt,  want dit weekend bleek in NRC Lux dat Ellen de Bruin het artikel in de NYT eens kritisch had bekeken en achter de bedenker van de vragen aan was gegaan. Het onderzoek bleek wat te romantisch besproken in het stuk en ook de vier minuten in de ogen staren(zijn wij niet aan toegekomen) moet je met een korrel zout nemen.

Maar de vragen doen wel hun werk, qua intimiteit en nice&need to know. Een groot voordeel is bovendien het wederzijdse bevragen: jij zit niet de ander aan z’n kop te zeuren terwijl hij/zij liever een krant leest of een televisieserie kijkt. De interesse in elkaar wordt opeens iets vanzelfsprekends, en weer net zo gewoon als vroeger.

 

bijschrift bij deze foto: O ja, zó zag je er uit.

Een longread van Meghan Daum

Ik heb een nieuwe heldin en haar naam is Meghan Daum. Bij toeval verzeilde ik in haar longread die op de website van The Guardian staat en na een flinke tijd lezen bleef ik sprakeloos achter. Het verhaal, All about my mother: ‘It’s amazing what the living expect of the dying gaat zoals verwacht over het sterven van haar moeder, maar meer nog over haar leven. Ik heb gelachen, gehuild, maar vooral bewonderd (dit stuk begint op een lied van Ramses Shaffy te lijken).

Daum heeft, heel populair, zelfspot, maar niet op de manier die we inmiddels wel gewend zijn. Ze lacht geen ongemakken weg door zichzelf belachelijk te maken. Ze is onorthodox eerlijk en spaart zichzelf geen moment. Evenmin spaart ze de rest van haar familie, maar ‘van de doden niets dan goeds’ is niet bepaald haar adagium. Ik heb gelachen en gehuild om haar verhaal, veel herkend (goddank niet alles) en ben met verbijstering deelgenoot geworden van haar distantie, die koel is, maar niet koud.

megan-daum

Ze is godbeterd geboren in 1970 en schreef al voor The New Yorker, Harper’s, The New York Times Book Review, Harper’s Bazaar, GQ, Nerve, Self, en Vogue, dus ik had al veel meer van haar kunnen lezen – en mocht willen dat ik zo kon schrijven. Waarschijnlijk had ik haar werk en haar naam allang moeten kennen, maar voor sommige dingen is het nooit te laat.

Neem vooral de tijd om deze longread, die ook weer een bewerkt essay blijkt uit The Unspeakable: And Other Subjects of Discussion (by Meghan Daum, published by Farrar, Straus & Giroux) te lezen. Trakteer jezelf erop op een regenachtige zondag, tijdens een lange vlucht of treinreis. Ik ga nu al haar gebundelde werken bestellen.

verplichte leeslijst voor wie bang is om te vliegen

Wie herinnert zich Isadora Wing nog? De heldin van Erica Jongs Fear of flying die haar tweede huwelijk aan de kant gooide voor tomeloze seks met een psychiater. Een dagdroomster, een fobische neuroot en toch zo ontzettend bevrijd en gepassioneerd?

Elke fiftysomething lezeres van dit blog moet zich haar herinneren, of op z’n minst Jongs alsnog boek gaan lezen. Het kwam uit in 1973 (ouch) en was een revolutie, nog nooit had een vrouw zo over seks geschreven. Enter Nancy Friday die in datzelfde jaar ons vierhonderd echt gedroomde seksfantasiën van vrouwen voorschotelde.

Fast forward  naar Caitlin Moran (sorry Norah Ephron) die ons leerde How to be a woman (not), en Kathy Roiphe die voor ons de geneugten van het rommelige leven (en een scheiding) bezong.

Ik moest aan deze vrouwen, feministes jawel, denken toen ik de afgelopen week dagelijks het blauwe haar van Lena Dunham op televisie zag. Niet eens zozeer omdat ik me erin verdiepte hoe deze nieuwste generatie zich tot de oudere verhoudt. Daar ontbreken mij helaas de tijd en de hersens voor, en wat kan het schelen?

Ik geniet gewoon van de boeken van vrouwen die hun kont tegen de krib gooien – wat is dat toch een idiote uitdrukking – en ons  uitdagen om de wereld eens van een andere kant te bekijken, terwijl ze ons tegelijkertijd verschrikkelijk laten lachen.

Ik stel daarom voor dat je je een weekend lang terug trekt in een huisje, kamertje of hokje en er pas weer uitkomt nadat je deze leeslijst hebt verorberd. Je zult zien, je wordt er een ander mens door.

 

Erica Jong: Fear of Flying of het Ritsloze nummer

Nancy Friday: My secret garden of Diepe Gronden

Caitlin Moran: How to be a woman of Vrouw zijn, hoe doe je dat?

Kathy Roiphe, In Praise of Messy Lives of Lof van het rommelige leven

Lena Dunham, in alle soorten en maten te koop onder de titel Not that kind of girl, letterlijk overal!